Interview met prof. dr. D.E. (Douwe) Atsma, hoogleraar Cardiologie aan het LUMC


Persoonlijke doelen zijn leidend bij gedragsverandering

Leefstijl interventies gaan over gedragsverandering. Voor Douwe Atsma staat één ding daarbij voorop: dat gaat niet zonder intrinsieke motivatie. Zelfs als de motivatie aanvankelijk, of deels, extrinsiek is. “Je moet aansluiten bij de persoonlijke doelen van mensen. En dat zijn niet altijd de medische doelen.”, zegt hij.

Hoever zijn we als het over preventie gaat?

Als interventie cardioloog krijg ik natuurlijk al jaren vaak te maken met herstel na acute hartinfarcten. 20 jaar geleden begon dan ik al met vragen als: ‘Was uw bloeddruk verhoogd?’, ‘Hoe was uw cholesterol?’, ‘Rookt u?’ en ‘Is er een familiegeschiedenis t.a.v. hart- en vaatziekten?’ Vaak kreeg ik vragende blikken als antwoord. Men had eigenlijk geen idee. En roken…? Tsja, ‘… een paar sigaretten maar.’ Geen idee ook dat slechts één sigaret al een aanslag op de bloedvaten is. Gelukkig zijn we anno 2021 wel wijzer geworden met zijn allen. Toch is het noodzakelijk dat we bewust bezig blijven met preventie verankeren, want we zijn er nog lang niet.

Hoe definieer jij ‘preventie’?

In de zorg gaat het natuurlijk primair over ‘mensen beter maken’. Na de manifestatie van een ziekte, volgen interventies om herhaling te voorkomen. Dat is te beperkt, vind ik. Het zou over ‘verbeteren’ moeten gaan. En of preventie nu primair, secondair, of tertiair is, het gaat allemaal over hetzelfde: het voorkomen van ‘narigheid’.

De geneeskunde is vanzelfsprekend gebaseerd op wetenschappelijk bewezen activiteit. Zo moeten we ook met leefstijlgeneeskunde omgaan. En dat kan, want de ‘evidence’ is er. Daar moeten we zorgprofessionals denk ik (nog) beter in opleiden, bewust van maken.

Is er in het ziekenhuis wel plek voor leefstijl interventies?

Leefstijl interventies, in de breedste zin van het woord, horen absoluut óók thuis in het ziekenhuis. Ruim twee jaar geleden richtte ik daarom de leefstijl-werkgroep op die praktische leefstijl interventies aanbiedt binnen het ziekenhuis. Zo kun je patiënten nu bijvoorbeeld makkelijk doorverwijzen naar het stoppen-met-roken programma.

Ook zijn we erin geslaagd om patiënten direct door te verwijzen naar de GLI, wat anders eigenlijk alleen via de huisarts gaat. Groot voordeel daarvan is dat de vervolgperiode, die nu na een jaar stopt, dankzij de GLI verlengd kan worden. Integreren en continueren dus. Zie het maar als een treinreis waarbij je niet hoeft over te stappen. Daar zijn hartpatiënten nu al bij gebaat en dat gaan we uitbreiden naar andere aandoeningen en ziektes.

Wat motiveert mensen om hun leefstijl te veranderen?

Zoals ik al zei is continuïteit essentieel. Daarbij kan de medische uitkomst niet het motiverende doel zijn. Je kunt niet van mensen vragen dat zij dat (over)zien. Gedragsverandering begint bij een persoonlijke en concrete behoefte. Bijvoorbeeld vaker kunnen fietsen met je partner of kunnen spelen met de kinderen. En daar moet je dan iets voor doen en je moet het volhouden. Dat lukt veel beter als je daar hulp bij krijgt, van mens én techniek. Niet alleen omdat techniek, en daarmee bedoel ik e-health, de zorg ontlast maar ook omdat het patiënten dagelijks herinnert aan hun eigen invloed. Ik ben dan ook een voorstander van blended care.

Hoe wordt ‘blended care’ in het LUMC vormgegeven?

We hebben ‘The Box’ ontwikkeld. Dat is letterlijk een doos met een aantal wearables voor patiënten die recent een acuut hartinfarct hebben doorgemaakt. Ze krijgen een digitale weegschaal (met wifi), een bloeddrukmeter, een activiteitenmonitor en een ECG-apparaatje waarmee zij thuis en op het werk hun conditie dagelijks monitoren. De data worden gecontroleerd en regelmatig, samen met de patiënt, geëvalueerd. De verpleegkundig specialist zorgt voor het menselijk contact. Want je moet het blended doen, niet stand-alone. Dan werkt het niet. Voor wie zich daar zorgen om maakt: dergelijke zorgverplaatsing kan gewoon zonder bestaande zorg te ondermijnen. Ons ziekenhuis staat er nog steeds. Er is niemand ontslagen. Met zorgverzekeraars zijn afspraken gemaakt dat het in zorgbekostiging wordt meegenomen, zodanig dat alle partijen ervan profiteren.

Zijn patiënten er blij mee?

Wat we terugkrijgen is dat mensen het als positieve bevestiging ervaren. Ook voelen zij zich veilig omdat er meegekeken wordt. Het stimuleert de intrinsieke motivatie.

Hoewel er dus ook een extrinsiek element aan vast zit, anderen kijken immers mee. Voor sommige mensen is dat juist heel fijn. De spreekwoordelijke ‘stok achter de deur’.

Wat ik belangrijk vind is dat we patiënten ‘opleiden’ in hun ziekte.

Meer educatie en minder nadruk op informatie. Dat impliceert wel dat we als zorgverleners een andere rol moeten pakken.

“Meer educatie en minder nadruk op informatie”

Wat adviseer je daarin?

Het gaat om drie dingen. Ten eerste moet je aanvoelen wat elke patiënt nodig heeft. Die behoefte kan verschillen van mens tot mens. De één wil alles begrijpen, de ander wil vooral weten wat hij moet doen. Weer een ander heeft vooral behoefte aan het ‘waarom’. Maar het gaat er bij iedereen om dat je zowel cognitief als emotioneel aansluit. Zodat het ván de patiënt zelf wordt. Ten tweede moet je natuurlijk heel goed op de hoogte zijn van wat er speelt en wat er nodig is. Een open deur misschien, maar ik geef het voor de volledigheid toch maar even aan. En tenslotte denk ik dat je als zorgprofessional ook als mens een rol hebt. Als je bijvoorbeeld zegt: ‘Ik vind dat u moet stoppen met roken’, heeft dat 50% meer (bewezen) effect. En roep desnoods daarna de hulp in van anderen om het advies een praktisch vervolg te kunnen geven.

Hoe geven jullie ‘patiënten educatie’ concreet vorm?

Het is nog in ontwikkeling. Uiteraard geven we een informatieboekje mee. Daarin houden we ook rekening met laaggeletterdheid. Vaak gaat dit helaas samen met lage gezondheidsvaardigheden. Video’s helpen ook. Maar de gesprekken met de verpleegkundig specialisten zijn misschien wel het belangrijkst. Zij vragen goed door, helpen patiënten te reflecteren, maken abstracte zaken concreet, stemmen af op begripsniveau en behoefte. Daardoor kun je goed toetsen wat een patiënt met de informatie doet, op praktisch niveau.

Verder werken we aan een 'leerplatform'. Dat is nu nog alleen voor zorgprofessionals. Maar straks ook voor patiënten. Mogelijk kunnen we dit doen samen met de Vereniging Arts en Leefstijl.

Nog even terug naar The Box; wat is daarvan het educatieve effect?

Dat is groot. Mensen krijgen dagelijks feedback en zoals we allemaal weten, leren we van feedback. Wat daar nog bijkomt is dat de omgeving van de patiënt, om te beginnen het gezin, betrokken wordt. Kinderen kunnen hun vader of moeder steunen door mee te kijken. Over preventie gesproken..

Nog mooier is het als partners en kinderen ook wearables krijgen. De Family Box is al in wording.

Overigens zijn we ook bezig om kinderen met een hartafwijking onder andere een scanwatch te bieden. Dat moet dan wel ‘vet’ zijn natuurlijk. En willen we later The Box beschikbaar stellen voor mensen zónder indicatie.

Hoe kijk je naar de toekomst?

Die IS er al. Of laat ik het zo zeggen: alles wat nodig is om in de toekomst preventie en leefstijlgeneeskunde structureel onderdeel te laten zijn, is al aanwezig. Het is een kwestie van toewijding, samenwerking en planmatigheid om het ook echt voor elkaar te krijgen. Bekijk hier een kort videogesprek met Douwe Atsma.

Prof. dr. D.E. (Douwe) Atsma is hoogleraar Cardiologie en heeft als specialismes interventiecardiologie, celtherapie, cardiogenetica en innovatieve cardiovasculaire zorgconcepten.

Sinds 2001 houdt hij zich bezig met regeneratieve geneeskunde. Daarnaast is hij voorzitter van de Werkgroep Kwaliteitsregistratie NVVC, DBC/DOT management van de afdeling Cardiologie.

Douwe houdt zich ook bezig met zorgvernieuwing door het introduceren van nieuwe (ICT) technieken voor patiëntenzorg en zelfmanagement. Hij is bestuurslid van het Nationaal eHealth Living Lab (NeLL.eu) en bestuurslid van de Vereniging Arts en Leefstijl.

Kijk voor publicaties van Douwe e.a.: https://hartlongcentrum.nl/onze-specialisten/atsma-prof-dr-de/

d.e.atsma@lumc.nl | Douwe op Linkedin

Deel dit artikel