Interview met Sven de Langen, wethouder Rotterdam


Rotterdam pakt ongezond voedselaanbod aan

Sven de Langen is als wethouder (CDA) verantwoordelijk voor de portefeuilles volksgezondheid, zorg, ouderen en sport in Rotterdam. We spraken met hem over het belang van een gezonde voedselomgeving en stedelijk voedselbeleid, mede in het kader van City Deal Voedsel.

Wat houdt City Deals in?

City Deals is het middel om de doelstellingen te bereiken van Agenda Stad. Die gaan over het versterken van groei, innovatie en leefbaarheid in de Nederlandse steden. Er worden concrete samenwerkingsafspraken gemaakt en verankerd tussen steden, Rijk, andere overheden, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Eén van de ambities, waar ik als wethouder van Rotterdam bij betrokken ben, is dat iedereen een gelijke kans moet hebben om gezond op te groeien en gezond oud te worden.

Een gezond voedingspatroon en gewicht zijn daarbij essentieel. Het aantal volwassenen en kinderen met overgewicht neemt nog steeds toe. Als dat doorzet, heeft maar liefst 62% van de Nederlandse volwassenen over 20 jaar overgewicht. Gevolg is een grotere kans op aandoeningen als diabetes en hart- en vaatziekten en extra kwetsbaarheid voor een ernstig verloop van onder andere corona.

Wat kun je als gemeente doen om overgewicht tegen te gaan?

Bijvoorbeeld het aanbod van ongezond voedsel ‘indammen’. Zeker als je beseft dat in onze steden het aanbod van ongezond voedsel weer is toegenomen. In Rotterdam is het aantal fastfoodlocaties in een kwart eeuw met 50% toegenomen. In wijken waar mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) wonen, is het effect nog groter.

Een dik makende omgeving is gewoon geen gezonde omgeving om in op te groeien en duurzaam in te leven. Een grote uitdaging. Al was het maar omdat we moeten opwerken tegen een machtige marketingindustrie.

Het gaat ook om kansenongelijkheid. Mensen met een lage sociaaleconomische status leven gemiddeld 6 jaar korter dan gemiddeld. De gezonde levensverwachting tussen mensen met een lage en hoge SES verschilt maar liefst 15 jaar. Het nastreven van een gezonde voedselomgeving is dus niet alleen een gezondheidskwestie.

Nog wat kengetallen:

Ongezonde voeding kost ons land per jaar 6 miljard aan zorgkosten.

Het is de op één na grootste veroorzaker van ziekte (8,1%) en sterfte (12.900 sterfgevallen per jaar).

Hoe pakken jullie dit als gemeente Rotterdam concreet aan?

Gemeenten hebben de afgelopen jaren de wettelijke en financiële mogelijkheden maximaal benut om bewoners goede kansen op een gezond leven te bieden. Dat geldt ook voor Rotterdam.

Zo zijn op tal van plekken eisen gesteld aan vergunningen voor gesubsidieerde activiteiten, zoals sportevenementen voor kinderen, verkooppunten in de openbare ruimte.

Ook is er geïnvesteerd in gezonde school- en sportkantines, een gezonder aanbod in ziekenhuizen, Huizen van de Wijk en op locaties waar veel kinderen komen.

Welke dilemma’s komen jullie tegen?

We merken dat de weg van stimuleren, verleiden en ondersteunen niet snel genoeg tot verandering leidt. Regulering vormt het sluitstuk.

Daarom vroegen we de UvA om een juridische analyse te doen van aangrijpingspunten in (inter)nationale wet- en regelgeving en de mogelijkheden van het gemeentelijk (ruimtelijk) instrumentarium.

Begin dit jaar is het onderzoeksrapport ‘Gemeentelijk instrumentarium voor een gezonde voedselomgeving’ uitgebracht.

Conclusie is dat gemeenten wel een verantwoordelijkheid en plicht hebben maar dat de bijbehorende bevoegdheden om te zorgen voor een gezonde voedselomgeving, onvoldoende zijn.

Een aantal wethouders, waaronder ikzelf, schreven begin dit jaar een brief, noem het een brandbrief, aan Staatssecretaris Blokhuis.

De staatssecretaris heeft toegezegd te onderzoeken hoe steden meer wettelijk verankerde bevoegdheden kunnen krijgen om de voedselomgeving in positieve zin te sturen. Bijvoorbeeld via een aanpassing van de Omgevingswet.

Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de burger?

Dan kom je bij een ander dilemma uit. Voedsel keuzegedrag wordt vaak nog gezien als een rationeel en individueel proces. Mensen kunnen en zullen vast zelf wel een verstandige keuze maken als zij maar beschikken over de juiste kennis en vaardigheden, wordt gedacht. Interventies door de (lokale) overheid worden gezien als betutteling. Maar voedselkeuzes worden in grote mate bepaald door omgevingsfactoren en cultureel bepaalde voedsel routines. Die op hun beurt weer de voedselomgeving beïnvloeden. Daar is inmiddels een sterke wetenschappelijke basis voor. Dit besef begint nu langzaam door te dringen.

Gezonde voeding is vaak duurder. Is dat ook een aandachtspunt?

Zeker. Er moet voldoende gezonde voeding in het aanbod zitten, ook voor mensen met een krappe beurs. Daarom zijn we met de staatssecretaris in gesprek over aanpalende maatregelen zoals een suikertaks, het goedkoper maken van groente en fruit, maar ook het verbeteren van productsamenstelling en etikettering. Allemaal nodig om een gezonde leefstijl en gezonde voeding te bevorderen.

Het vraagt dus om aandacht en inzet op meerdere gebieden?

Ja, om te komen tot een gezondere voedselomgeving moeten we ons richten op al die factoren die een rol spelen.

Het vergt een nauwe samenwerking tussen steden en Rijk, maar ook tussen (zorg)professionals en ondernemers binnen horeca en retail.

De coronacrisis heeft de urgentie van de inzet op gezondheid, een gezonde leefstijl in het algemeen en een gezond gewicht in het bijzonder, wel heel erg duidelijk gemaakt.

De politieke en maatschappelijke aandacht voor gezonde voeding is gegroeid, de urgentie om actie te ondernemen wordt steeds meer gevoeld. Er wordt meer budget vrijgemaakt voor leefstijl en preventie. Ook bij zorgverzekeraars zie je dat ontstaan.

Wat zijn de toekomstplannen?

Het vergt absoluut een lange adem, daar moeten we eerlijk in zijn. We kijken dus voortdurend vooruit en betrekken diverse partners. De uitdrukking: ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’, spreekt mij ook hier weer aan. De samenwerking tussen de steden uit de City Deals en de ministeries werpt gelukkig al zijn vruchten af. We moeten het echt samen doen. Nu en in de toekomst. Er staat veel op stapel. Om maar even een greep te doen:

  • Er is een nieuwe City Deal ‘Gezonde en duurzame Voedselomgeving” in voorbereiding die onder meer het onderzoek van steden naar de regelmogelijkheden (Gemeentelijk Instrumentarium) als vertrekpunt neemt.
  • We zullen voorsorteren op nieuwe wetgeving. Die moet brancheren (het van bovenaf bepalen welk type aanbieders zich in welke mate in bepaalde buurten mogen vestigen, red.) mogelijk maken om een gevarieerd, gezond en aantrekkelijk aanbod te komen. In stedelijke proeftuinen gaan we, samen met partners in de stad, verder onderzoeken hoe we dat kunnen doen. Wat een goede ratio gezond -ongezond aanbod is.
  • Gezonde en duurzame voedselconcepten zullen actief gestimuleerd worden. We willen alle kansen voor een vernieuwend aanbod benutten om de balans in de voedselomgeving te herstellen. Daarbij hoort trouwens ook een groter aandeel van lokaal duurzaam voedsel in het totale aanbod.
  • Inzetten van een verandering in bepaalde (ingesleten) cultureel bepaalde voedselroutines, en daarmee ook de vraag naar aanbod, gaat eveneens deel uitmaken van de aanpak. Hoe we dat precies gaan doen wordt nu verkend.
  • Daarnaast is het van groot belang om kennis over het belang van gezonde voeding te verankeren in zorg- en geneeskundeopleidingen. Ook in het curriculum van de Pabo en de koksopleidingen moet gezonde voeding een belangrijk aandachtspunt zijn.
  • Tot slot blijven we ons hard maken voor maatregelen die gezond en lekker eten voor iedereen bereikbaar maakt. Zoals prijsmaatregelen, een betere samenstelling van producten in de supermarkt en het tegengaan van kindermarketing op ongezonde voeding.

Wat maakt jou zo betrokken bij dit onderwerp?

De liefde voor de zorg, voor gezondheid en gezond blijven. Ik studeerde af als fysiotherapeut en daarna studeerde ik Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit. Beide studies staan aan de basis van wat ik nu doe. Mijn interesse in gezondheid uit zich dus niet in de context van een spreekkamer maar binnen een breder maatschappelijk verhaal. Daar ligt mijn rol.

Sven de Langen is gediplomeerd fysiotherapeut en haalde daarna zijn Master Bestuurskunde. Sinds is 2018 is hij namens het CDA wethouder in Rotterdam en verantwoordelijk voor de portefeuilles volksgezondheid, zorg, ouderen en sport. Daarnaast is hij lid van het algemeen bestuur van de GGD Rotterdam Rijnmond.

De politieke carrière van Sven begon in 2006 als voorzitter van de Rotterdamse Jongerenraad en bestuurslid van het CDJA Rotterdam.

In 2010 werd hij fractievoorzitter van de CDA-fractie in de toenmalige deelgemeente IJsselmonde. Namens het CDA werd hij in 2012 portefeuillehouder Werk, Welzijn, Jeugd en Ouderen in diezelfde deelgemeente. De Langen was vanaf 2014 tot zijn aantreden als wethouder gemeenteraadslid en fractievoorzitter van de CDA-fractie in de Rotterdamse gemeenteraad. In 2017 werd hij wethouder Onderwijs, Jeugd en zorg in Rotterdam.

Deel dit artikel